Doe mee!

Wij – als convenantpartner – zeggen onderstaande actie(s) toe waarmee we stappen maken richting de norm uit het MONO convenant.

Heeft u al plannen en activiteiten die u het komende jaar gaat ondernemen om bij te dragen aan de verkeersveiligheid in Nederland? Dan horen we deze graag van u.

MONO-Convenant

“Veilig gebruik smartfuncties in het verkeer”
September 2017

U kunt meedoen door acties toe te zeggen waarmee u product en/of bedrijfsvoering stapsgewijze gaat richting de uitgangspunten van het MONO-convenant:

  1. Voorkom invoeren van tekst op smart devices tijdens beweging in het verkeer
  2. Voorkom verleiding om diensten te raadplegen die niet gerelateerd zijn aan deelname aan het verkeer
  3. Sta communicatie toe wanneer de andere uitgangspunten niet in het geding komen
  4. Houd de ogen zoveel mogelijk op de weg: beperk informatie tot wat in één oogopslag kan worden waargenomen
  5. Houd zoveel mogelijk de handen aan het stuur van het voertuig (waaronder auto en fiets): minimaliseer manuele bediening van het device
  6. Voorkom langdurige en intensieve mentale afleiding
  7. Draag de sociale norm uit
  8. Smart Mobility diensten moeten toegevoegde waarde bieden
Volledig convenant

Dit convenant komt voort uit de ambitie van meerdere partijen uit diverse disciplines om ongevallen door afleiding door smartfuncties te voorkomen. De partijen werken samen in een kopgroep, die is ontstaan uit drie werkgroepen: werkgroep Afleiding naar aanleiding van het verkeersveiligheidsdiner, werkgroep Norm voor producenten/werkgevers onder leiding van IenM en de Smart Mobility Community for Standards and Practices, thema Human Behaviour (bijlage 2). Zij zien afleiding in het verkeer als een urgent en toenemend probleem. Dit heeft ook een relatie met de ontwikkeling van geautomatiseerde voertuigfuncties die de verkeersveiligheid kunnen verbeteren, maar ook de nodige interactie met de bestuurder vergen.

Smartfuncties zijn toepassingen die worden aangeboden via onder andere smartphones, in-car schermen, navigatiesystemen en ADAS[1]. Voorbeelden zijn rijtaakondersteunende diensten (bijvoorbeeld verkeersinformatie en navigatie), maar ook entertainmentdiensten (bijvoorbeeld spelletjes of filmpjes), en communicatiediensten (bijvoorbeeld bellen of tekstberichten).

Er zijn smartfuncties die de rijtaak ondersteunen en kunnen bijdragen aan de veilige uitoefening van de rijtaak. Ze zijn belangrijk voor de verkeersveiligheid en doorstroming, maar moeten zo veilig mogelijk worden aangeboden. Essentie is dat de bestuurder altijd de rijtaak als primaire taak kan blijven uitoefenen. Hiervoor is vanuit de Smart Mobility Community for Standards and Practices het Position Paper ‘Verkeersveilig gebruik van smart devices én smart mobility’ geschreven met uitgangspunten voor een veilig ontwerp en gebruik van smartfuncties (bijlage 3).

Naast het gebruik van smartfuncties voor rijtaakondersteunende systemen, is de verleiding voor bestuurders groot om ook andere smartfuncties te gebruiken tijdens het rijden. Het gaat bijvoorbeeld om bellen of het bekijken van sociale media. Dit geldt op dit moment, maar ook in de toekomst als bij het ‘besturen’ van een (deels) zelfrijdende auto alertheid nog steeds belangrijk is: je dient namelijk nog steeds op tijd te reageren als het systeem dat van de bestuurder vraagt. De bestuurder is verantwoordelijk voor zijn gedrag in het verkeer, maar is tegelijkertijd feilbaar en kwetsbaar. De verantwoordelijkheid voor verkeersveilig gebruik van smartfuncties mag daarom niet alleen bij de weggebruiker liggen. Ook stakeholders dragen verantwoordelijkheid in het voorkomen van een negatieve bijdrage aan de verkeersveiligheid.

De initiatiefnemers nodigen producenten, werkgevers, overheden, maatschappelijke organisaties en communicatiepartners uit om zich – door middel van ondertekening – aan dit convenant te verbinden. Daarmee wordt vervolgens een actieve bijdrage geleverd aan het voorkomen van verkeersonveilige afleiding door smartfuncties in het verkeer. Dit convenant streeft ernaar om in een periode van tien jaar, 2017-2027, het onverantwoord gebruik van smartfuncties in het verkeer (alle vervoerwijzen) te voorkomen door ervoor te zorgen dat bestuurders niet verleid worden tot
risicovolle handelingen of dat risicovolle handelingen nodig zijn voor rijtaakondersteuning.

De initiatiefnemers hebben afgesproken te werken met een nieuwe sociale norm voor het gebruik van smartfuncties in het verkeer. Het gaat hierbij om zowel een sociale norm voor bestuurders van
voertuigen en hun (sociale) omgeving, maar ook een norm voor producenten en werkgevers die hierop inspeelt.

De convenantpartners onderschrijven met elkaar daarom de volgende sociale norm:

Het is normaal om je aandacht op de rijtaak en de weg te houden

In 2016 is het aantal verkeersdoden en verkeersgewonden opnieuw gestegen. De convenantpartners vinden dit niet acceptabel en maken daarom een gezamenlijk statement ten aanzien van afleiding in het verkeer:

We accepteren in Nederland geen slachtoffers waarbij afleiding door het gebruik van smartfuncties in het verkeer een rol speelt

Daarbij is het gedrag van de individuele verkeersdeelnemer essentieel. Om een juiste gedragsverandering te stimuleren werken de convenantpartners toe naar het volgende gewenste
doelgedrag:

Je hebt volledige aandacht in het verkeer doordat je alleen gebruik maakt van smartfuncties die je niet afleiden van een veilige uitvoering van de rijtaak

Het is mogelijk om als convenantpartner aan te sluiten in één of meerdere rollen:

  • Producenten van hardware (smart devices als smartphones en navigatiesystemen), software (besturingssystemen, apps) en voertuigen
  • Maatschappelijke organisaties of overheid
  • Belanghebbenden bij verantwoord rijgedrag (werkgevers, verzekeraars, etc).
  • Communicatiepartners

Deze partijen zijn van essentieel belang om te betrekken bij dit onderwerp. Deze partijen onderschrijven dat zij keuzes maken die minimaal gebaseerd zijn op de uitgangspunten in het Position Paper. Hierin staat optimale aandacht van de bestuurder voor het verkeer centraal.

Deze uitgangspunten zijn:

  1. Voorkom invoeren van tekst op smart devices tijdens beweging in het verkeer
  2. Voorkom verleiding om verkeersongerelateerde diensten te raadplegen
  3. Sta communicatie toe wanneer de andere uitgangspunten niet in het geding komen
  4. Houd de ogen zoveel mogelijk op de weg: beperk informatie tot wat in één oogopslag kan worden waargenomen
  5. Houd zoveel mogelijk de handen aan het stuur van het voertuig (waaronder auto en fiets): minimaliseer manuele bediening van het device
  6. Voorkom langdurige en intensieve mentale afleiding
  7. Draag de sociale norm uit
  8. Smart Mobility diensten moeten toegevoegde waarde bieden

Position paper

Download hier het Position Paper

Onze partners